Na het hoge water van vorige week is er nog ruimschoots over voor een tweede weekend varen. Op verzoek van Wim besluiten we de belgie:aisne te gaan varen, maar dan ook het bovenste derogatie traject mee te pakken; dat heeft geen van ons nog gevaren. Na een vroeg vertrek van huis (7:00), verzamelen bij “het Keərwater” en tijdig vertrek gaan we met vier man op pad. Het wordt meer eerste tochtje in m’n nieuwe C1 dus dat maakt het toch iets spannender. Na even zoeken naar een geschikte instap worden de auto omgereden door Wim en Pepijn, Jeroen heeft z’n rijbewijs in Winterberg achter (moeten?? ;-)) laten.

De Aisne staat lekker vol en op het eerste deel moeten we er in ieder geval twee keer uit voor lage bruggetjes en nog een keer of vijf voor omgewaaide en door een bever doorgeknaagde bomen. Ik draag ook de twee stuwen over die er wat tricky uitzien, geen zin in een nat pak nog. Als we dan Fanzel naderen wordt de beek wat breder en dieper en komen we op bekend terrein; ook hier omgewaaide bomen, schrikdraadlinten en andere „narigheden”, maar allemaal omheen te varen. Bij de favoriete speelplek, een overslaande golf in een haakse bocht gaat het mis. Ik probeer om via het keerwater voor de buitenbocht door de golf het keerwater in te surfen, maar steek m’n peddel in de bodem waardoor ik er achteraan duik. Onder water bedenk ik om even te wachten met rollen tot ik door de bocht ben gespoeld, maar dat wordt verhinderd door de boom die er voor ligt. Ik wordt onder boom boven water gedrukt en zit klem; dan maar terug naar beneden… inmiddels slaat het zuurstof tekort toe dus ik moet trekken :-(terwijl Wim aan de andere kant van m’n boot zit… Drie minuten later staan we allemaal op de kant en heb ik alle losse rommel uit de boot (sandalen, werplijn, plakjes schuim) ook weer bij de hand. Ondertussen schijnt de zon wel lekker, da’s dan weer wel fijn!

Even wat eten/drinken en dan door richting Bomal; de inspanningen van het bovenste stuk beginnen voelbaar te worden, vooral door het overdragen en we moeten nog een kilometer of vier. De laatste stuw, vlak voor Bomal, mist een deel van het beton waardoor het een stuk eenvoudiger is om het zog te ontsnappen. Inmiddels ben ik toch nat, maar we varen ‘m vlekkeloos. Daarna is het nog een klein stukje naar de auto.