Op 8 januari 2011, als door wateroverlast noodplannen en zelfs evacuaties in werking gegaan zijn in het Limburgse maasgebied en zijn zijrivieren, zien we dat de Dommel ook aardig meedoet. Het water staat tot aan de rand, maar bereikt nog net niet de hoogte als in december 2010. Toen was de hoofdstroom soms niet te zien, de laaglandbeek trad toen buiten zijn oevers.

dommel_bootje_komt_zo..

Het zachte weer en de regenbuien van afgelopen dagen hebben de sneeuw doen laten verdwijnen. Voor een kanovaarder is het dan extra aantrekkelijk om een traject als van Son naar Eddy Rode (de kanobaan in Rooi) te varen in verband met het geheel andere zicht dat je krijgt op de omgeving. Je vaart namelijk boven het landschap in plaats van een dikke meter eronder. Pepijn Soons en Henri van Nuland van de Hooidonkse Kano Club Sint-Oedenrode zijn om 13.00uur vertrokken vanuit het clubhuis aan Dommelpark nr. 1 en met de kano op het dak naar het instappunt bij de brug die Son met Breugel verbindt. Deze keer is bewust een fotocamera meegenomen want de ervaring leert dat er leuke dingen te zien zijn.

Meteen valt op dat vele watervogels het smeltwater bevolken. Grote groepen wilde eenden en tafeleenden vliegen op, ze worden door de harde wind gedreven, cirkelen door de lucht en strijken elders neer. In de eerste bocht passeren we een 20-tal immense, overjarige, kaprijpe populieren die hun wortels hebben in het natte talud van de Dommel. Diverse bomen zijn al gesneuveld en liggen alweer enkele seizoenen in het veld. Het hoge water eist zijn tol. Je ziet scheuren in de zanderige oevers en zo nu en dan stroken aangeslibd leemachtig zand. Zodoende speelt de natuur met de Dommelloop. Een boom verdwijnt in de buitenloop en struweel gaat groeien op het slib aan de binnenbocht! Met de flinke stroom meevarend duikt voor ons een klein schuw eendje onder water en even verderop laat hij even zijn kleine kopje zien en verdwijnt uit ons zicht. Het kleinste Europese fuutje, een dodaard, een vaste bewoner van onze Dommel. Hij eet kikkervisjes, insecten en kreeftachtigen.

Turend in de lucht valt ons oog op een 6-tal opvliegende aalscholvers die waarschijnlijk gestoord zijn door groepen kabaal makende wilde eenden en kraaien. De aalscholver, zwart van kleur en met een lengte van zo’n 80 cm is een visvanger bij uitstek. Na zijn vismaal zoekt hij liefst naar kale bomen om zijn verenpakket te drogen. De aalscholverboom, halverwege deze tocht is deze morgen niet bezet! Ook niet bezet is het bankje op de oever, eenzaam staat deze met zijn voeten in het koude water.

Een zijn met de natuur en kijkend vanuit een open kano is een plezierige bezigheid. Hoe mooi is de Dommel niet. Dan zien we in het struweel een zwart beest, een diensthond blijkt het te zijn en is niet alleen. Zijn baasje is er bij en wel met een jachtgeweer aan een schouder en in zijn hand een dood konijn, die was het een haasje! We vragen ons af of het jachtseizoen alweer open is!? Maar enfin, als we stroomafwaarts rechts kijken zien we op de achtergrond de stuifduinen van Vressel die wandelaars en mountainbikers veel plezier geven. Op de voorgrond een 30-tal schapen. Ook zij zullen vast en zeker verheugd zijn dat het witte landschap weer plaats gemaakt heeft voor het groene. Het eten ligt nu weer onbedekt klaar om gegeten te worden. Na een kiekje gemaakt te hebben denken we weer iets interessants te zien en weer aan de rechter zijde. We strekken onze nek en zien dit ook gebeuren bij een drietal Nijlganzen. Opvallend is dat hier een trio te zien is, meestal zie je een luid roepend koppel: man en vrouw. Zou het zijn dat ze het voorjaar in hun bol hebben, zouden ze op zoek zijn naar……? Ze blijven onverstoord staan en laten zich nu niet horen. Ze zien dat we niet uit zijn op verstoring, ze laten zich met hun prachtige kleuren zien in vol ornaat.

Het hoge water leidt er soms toe dat bij bruggen overgedragen moet worden. Vandaag was dit niet nodig. Door op de bodem van de boot te gaan liggen werden we door de stroom meegenomen. Elk bruggetje wat we dus van heel nabij gezien hebben biedt woonruimte aan de Kwikstaart. Sinds een paar jaar zijn verschillende houten huisjes bewoond geworden heb ik me laten vertellen. Als we de brug van Nijnsel alweer even gepasseerd zijn staat er de knoteik stoer bij. Geen mensen op de uitkijk, het is kennelijk weer om binnen te blijven. Het waait en regent inmiddels harder. Op 1 km voor de brug van de A-50 zitten een 4-tal witte ganzen op het droge en zij zijn vergezeld door een groep grauwe en Canadese ganzen. De grauwe verdwijnen in de grauwe winderige lucht, de witte blijven. Deze laatsten zijn vaste gasten, dus blijvertjes!

Aangekomen bij de A-50 brug zien we aan de linker kant een Eigen(aardige) weg. Deze verdwijnt onder water en stroomafwaarts ontspringt / stijgt deze weer uit het wassende water. We komen in bewoond gebied nabij de Knoptoren. Meerkoeten lopen over het water en stuiven het luchtruim in en landen verderop weer in hun Dommelwater. De fraaie bebouwing bij de Hambrug passeren we, de vistrappen onder ons latend, naderen we Eddy Rode. Een enkele eddy 1) is te bekennen maar vooral veel paddestoelen 2). De poortjes hangen in het water en kunnen niet hoger zo valt op te merken. Een paar dagen en dan hangen zij weer vrij. De bankjes van Odendael zijn onbezet. Met de voetjes in het water.