Als op zondag de 17e juni volop gefeest wordt in Keldonk in verband met het 100-jarige bestaan van het opgesierde dorp vertrekken een aantal HKC ‘ers om een trip te gaan maken op de rivier de Aa . Een rustige trip op langzaam stromend water en beginnend op de Goorloop bij een instappunt nabij de N279 om dan vervolgens na een paar honderd meter uit te komen in de rivier de Aa. Aan de oevers van de Aa is alleen maar weelderig groen te zien. Was het enkele jaren nog zo dat het saaie oevers waren met puin, het ziet er nu heel natuurlijk uit. De rechte lijnen van weleer zijn grotendeels verdwenen. Als je langs de kanten vaart op de ondiepe stukken zie je regelmatig grote kolken van opschrikkende karpers die liggen te zonnen. Ze zijn niet gewend dat kanovaarders hun territorium binnen komen.

De leider van de groep waarschuwt dat men op moet letten als men aankomt bij de stuw het Ham. Aldaar moet uitgestapt worden ivm de kunstmatige stuw die gevaarlijk kan zijn ivm walsen. Via het uitstappunt stapt men uit en wordt tevens de lunch gebruikt. Tussendoor worden de vistrappen bekeken die de vis de mogelijkheid geeft op en neer te zwemmen: Keldonk –Veghel en vise versa (migreren) Na enkele kilometers passeren we de links de wijk de Leest in Veghel en dan vervolgens Veghel Zuid aan onze rechter hand. Vanuit het water gezien iedere keer weer een heel aparte gewaarwording. In de verte zien we een drijfbalk als vuilvanger en dan naderen we de Cascades van Veghel. Omdat het water een redelijke hoge stand heeft is afvaren van de cascades goed te doen en ook met een open kano. De schrijver van dit verhaal vaart in een K1: kajak-slalomboot met spatzeil en kan het niet laten om even in de wals te gaan bij de laatste drop. Het terugkerende water=wals houdt hem vast. Met peddelsteunen links en rechts en met opkanten van de boot blijft zijn hoofd nog net boven water en kan uiteindelijk uit de watermassa komen om de tocht met de rest te vervolgen. We passeren de markt, de oranjewijk, de vijverwijk en zien in de verte langsrijdende auto’s via de A 50. We besluiten nog even uit te stappen en liggen tussen ingedroogde koeienflatsen te genieten van het lekkere weer.

Verhalen komen los over eerdere kanotochten. Er wordt nog wat gegeten en dan vertrekken we en varen onder de A50 door naar de volgende onbevaarbare stuw nabij kasteel Frisselstein. We varen een fuut, zittend op zijn nest, voorbij, zien een biddende torenvalk en een circelende buizerd Langs de kant houden canadese ganzen ons in de gaten. In de verte zien we de Kilsdonkse wind-watermolen wat onze eindbestemming gaat worden vandaag. Kijkend vanaf de roosters van de vistrappen langs de stuw zien we op 50 meter afstand een Nijlgans zitten die argwanend om zich heen kijkt. Dan nog eenmaal instappen om vervolgens na 500 meter uit het water te gaan.

Aan tafel bij de Kilsdonkse molen wordt onder het genot van koffie en een Grimberger de tocht nabesproken. Een prachtige tocht.