Donderdag begint het te zoemen op de messageboards, „Sneeuw in Monschau, water in de ardennen”. In Belgisch kanoland heerst lichte teleurstelling in de ambtelijke molen; de derogatie regeling van het seizoen is nog steeds niet getekend en er dreigt hoog water op de hoge venen te zijn. Op het laatste moment komt dan de mededeling dat de regeling van vorige winter mag worden aangehouden en er dus toch ook „echt” wild water kan worden gevaren.

teun_op_de_molenstuw

Ik zoek het niet zo woest (bovendien zijn er helaas nog steeds meer heel weinig HKCers lid van de NKV) en bel zaterdag nog een rondje. Ik ga voor de boven en eventueel de midden Rur. Tot mijn grote verbazing hoor ik van Richard dat ene Peter uit Sint A. ook mee wil; die heeft dik 2 jaar geen wild water meer gezien. Verder krijg ik Teun nog zo ver en Twan (ook uit Sint A.) haakt ook aan; 4 man is mooi. Zondag ochtend op weg naar Rooi hangt Pepe uit het Antwerpse aan de telefoon, hij wil ook mee. Nou dat kan op voorwaarde dat ie niet zoveel gaat zwemmen als de vorige keer dat ie mee was (dat lukt; sterker nog hij is de enige die nergens op z’n dak gaat).

In Reichenstein (peilschaal 65 cm) is het een gezellige drukte, het huisje puilt uit want het regent nog een beetje. Snel omkleden en de auto’s omrijden. Bij de brug in Hammer staat nog een vaarmaatje te wachten „op d’n navette”, nou ja die kan dan ook nog wel in de bak. Eenmaal op het water zijn er een paar mensen die toch wat onder de indruk zijn van het water; Peter en Twan zitten met een strakke bek in de boot en slaan de speelplekken over en Pepe maakt wel hele lange halen tussen de keerwaters. Teun is niet echt onder de indruk, maar ja, die heeft van de zomer dagenlang op een metershoge golf gesurft. Als Peter ‘m dan ook vraagt „Heb je hier wel ‘s met zo’n hoge waterstand gevaren?” kijkt ie ‘m niet begrijpend aan en zegt: „’k heb hier nog nooit gevaren..” en vaart een keerwatertje verder. We varen (tenminste ik dan) in een relaxed tempo naar benden tot we bij de stuw in het bos komen; die blijkt te zijn verwijderd. Dan verder tot vlak boven de ribbelstuw, daar even uitstappen en een stukje omhoog lopen voor het onderste stukje van de Perlbach. Het gaat allemaal lekker soepel, geen zwemmers, geen gekke dingen, niet koud, gewoon lekker. Bij de hoge molenstuw vooraan in Monschau (peilschaal 95 cm) moeten we er even uit om te verkennen, die kan langs rechts gevaren worden. Dan het dorp in, op naar de Favoritentoter. Ook hier even kijken, maar er ligt niks onder dus ik spoel naar beneden. Dat had ik iets minder nonchalant moeten doen want de stopper bijt me in m’n staart en ik moet rollen. En een goed voorbeeld doet volgen dus Twan en Teun rollen ook als ze beneden komen, Pepe heeft een dikke boot dus die vliegt over de stopper heen.

Peter, die even was uitgestapt om te kijken, besluit om ´m over te dragen (even de benen strekken noemt ie dat – de held). We varen door en verzamelen onderaan de kademuur, voor de volgende stuw, daar komen we allemaal zonder kleerscheuren vanaf al zie ik Teun vervaarlijk op z’n achterpuntje vliegen. Als we verder varen kijk ik even iets te lang achterom om te kijken of de rest mijn lijn volgt met gevolg dat ik opeens in een wals hang. Het kost nog wat moeite om er weer uit te komen en ik begin al te hopen op een zetje van de een of de ander, maar net als je ze nodig hebt varen ze om jou (en de wals) heen. Dan is het moeilijkste geweest en soppen we door naar Hammer. Er zitten nog wat speelgolven in maar echt spannend wordt het niet en na een uurtje zijn we er. Jammer genoeg krijg ik niemand zover om een aanval op de Hammer Fälle te doen terwijl er juist zo mooi water op staat. Nog even m’n autootje ophalen en dan gaan we naar huis.