Het waren de laatste vier maanden niet echt de warmste maanden. Je moet voor het trainen wel een paar kilo kleding aandoen om niet te sterven van de kou. En als je dan die berg kleren eindelijk aan hebt valt het niet meer mee nog om soepel in je kano te stappen. Om mijn spatzeil goed vast te kunnen zetten, mag ik dat nog even natmaken en geloof me dat is geen pretje met dat ijskoude Dommelwater. We starten met invaren richting brug bij Dommelzicht en daarna weer terug naar „’t Keərwater”. Je peddel is dan al half bevroren en je spatzeil zit gewoon vast aan de boot. Daarna houden we parcourstraining en varen weer uit. Als je aan het varen bent kan je hand wel eens in het water terecht komen en dan heb je daar de hele rest van de training nog last van. Je kijkt naar je hand waarin je peddel geklemd zit en ziet dat je vingers er nog zijn maar je voelt ze allang niet meer. En dan die ratten…… zij zitten op de Dommeloever met hun bontkraag dik opgezet en kijken me meewarig aan. Zij vertikken het om in het ijskoude water te gaan.

Na de zware training moeten we alleen nog even uitvaren in de snijdende kou en dan zijn we klaar. Eindelijk mogen we lekker onder de warme douche! Maar dan blijkt er ineens ook nog een sauna op de club te staan. Snel trek ik mijn zwembroek aan en ga in de 100 graden sauna. Lekker johhh!! Ja, en dan is helaas de „training” afgelopen.